Naar de kaart

Wilhelmina Catharina

Koningin Wilhelmina bezoekt de Wilhelmina Catharinaschool in 1938
Wilhelmina Catherina aan de weteringschans 263

Op de bijzondere school op neutrale grondslag de Wilhelmina Catharinaschool aan de Weteringschans, zaten in 1941 ongeveer 175 kinderen, waarvan 78 joods.

De door de bezetter uitgevaardigde maatregel dat de joodse kinderen op aparte joodse scholen geplaatst moesten worden, bracht het schoolbestuur in grote moeilijkheden. De school zou dan in één klap onder de norm van 125 leerlingen zakken en om die reden haar rijkssubsidie kwijtraken.

Men dacht het te kunnen redden door de joodse leerlingen in een afzonderlijke afdeling onder te brengen, in een bijgebouw aan de achterkant van de school.

De doorgang vanuit het hoofdgebouw werd op beide verdiepingen dichtgemetseld en zo ontstond een afzonderlijke joodse sectie van de Wilhelmina Catharinaschool. met een eigen voordeur aan de Falckstraat: de ‘Joodsche afdeling van de Wilhelmina Catharina school’.

Vanaf half september 1941 toen de isolatie van de joodse leerlingen door de bezetter was afgedwongen, splitste de leerlingenstroom zich elke dag in de ’voorkanters’ en de ‘achterkanters’.

Maar de bezetter accepteerde die constructie aanvankelijk niet, dus dreigde de school haar rijksbijdrage te verliezen.

Het bestuur deed daarop een beroep op Secretaris-generaal Van Dam van het Onderwijsdepartement in Den Haag.

De oplossing werd gevonden door het schooltje af te splitsen en een afzonderlijk joods schoolhoofd te benoemen, Henriëtte Bosman-Boom [1903-2004]. Zo kon het schooltje het predicaat van zelfstandigheid krijgen én in aanmerking komen voor subsidie zoals zoveel van die nieuwe joodse schooltjes die onder de wettelijke stichtingsnorm zaten.

In het Joodsch Weekblad stond in oktober ’41 een oproep voor ‘een HOOFD en LEERKRACHTEN voor de JOODSE AFDELING der Vereniging voor Onderwijs en Opvoeding’. Het lijkt er op dat mevrouw H. Bosman-Boom naar aanleiding van deze advertentie Hoofd van de Afdeling is geworden.

Bij de overdracht in najaar van 1942, van het joodse bijzondere onderwijs aan de  werd ook de ‘Joodsche afdeeling van de Wilhelmina Catharinaschool‘ meegenomen. Er was op dat moment nog even onduidelijkheid of deze leerlingen bekostigd zouden worden uit de rijkssubsidie voor de Joodse scholen, maar later bleek dat de 78 leerlingen wel degelijk werden meegeteld. Die hadden verspreid over zeven leerjaren, tezamen vier joodse leerkrachten. Naast hoofd Henriette Bosman-Boom, waren dat Siegfried Gotlieb [1894-1985], Eva Loeb [1913-2003] en Marcus van Praag [1901].

Juni 1943 werd de ‘Joodsche afdeling’ gesloten, de meeste kinderen waren verdwenen, ondergedoken of op transport.

De laatste paar kinderen die er na die zomer nog waren, vonden onderdak op de laatste school in de Joubertstraat.