Het meisjesweeshuis

Amsterdam kende vóór de bezetting twee joodse weeshuizen, één voor meisjes en één voor jongens. De bekendste van de twee is het joodse meisjesweeshuis op de Rapenburgerstraat 171. Op de gevel staat in het Hebreeuws de tekst Tot de goede werken behoort de opvoeding van weesmeisjes.

Het weeshuis voor joodse jongens Megadle Jethomiem (De opvoeders van wezen) stond aan de Amstel, waar nu het Muziektheater staat. Op de plaats waar dit weeshuis stond, is nu in het plaveisel aan de Amstel, een markering aangebracht. Het was een statig gebouw, naar een ontwerp van Cornelis Outshoorn, die destijds ook het Amstel Hotel ontwierp.

Megadle Jethomiem: het jongensweeshuis aan de Amstel

Het jongensweeshuis had een eigen schooltje, waar óók de joodse weesmeisjes van Rapenburg heengingen.  Mozes de Bruin, [1885-1942] was Hoofd der School en werd bijgestaan door de onderwijzers, Hartog Bolle [1919-] en Herman Cohen [1913-1945]. Eerst waren er zo’n 50 leerlingen, in het najaar 1942 groeide het schooltje naar ruim 65 leerlingen, omdat ook de Joodse weeskinderen van buiten Amsterdam naar de stad werden overgebracht.

Het weeskinderschooltje was niet erkend door de overheid en ontving daarom geen subsidie. De drie onderwijzers hoorden bij de staf van het weeshuis en dat werd bekostigd door enkele joodse weldadigheidsfondsen.  Direct na de wintervakantie van 42/43 nam de  het schooltje over en sloot het ogenblikkelijk. Leerlingen en leerkrachten werden overgeplaatst naar de Talmud Tora A school in de Tweede Boerhaavestraat.

Lang heeft dat niet mogen duren, op 10 februari 1943 haalde de bezetter beide weeshuizen leeg. Waarop de Joodse Raad eind april nog aan het Gemeentelijke Onderwijsbureau vroeg, of ze van de door de gemeente geleend schoolmeubilair, de gymnastiektoestellen, zoals rekstokken, ringen en klimpalen, mochten doorgeven aan het Kamp in Vught, voor het onderwijs aldaar. Maar niet veel later, begin juni 1943 werden de kinderen die daar verbleven op transport gesteld naar Sobibor, zo ook die Amsterdamse Weeshuiskinderen.