Naar de kaart

Transvaalbuurt

Judenviertel Zwei

Er waren zes openbare lagere scholen in de Amsterdamse Transvaalbuurt, en de lagere schoolbevolking was zo joods, dat de sabbatregeling gold: zaterdag vrij, woensdagmiddag les. In die tijd was die Transvaalbuurt duidelijk Joodser dan de Jodenbuurt.

In deze twintiger jaren-wijk, ingeklemd tussen de nieuwe spoordijk en de Ringvaart, woonden een kleine 20.000 Amsterdammers, waarvan ruim11.000 joods. Voor de bezetter was dit dan ook Judenviertel Zwei en werd om die reden in 1942 een van de wijken waar de joden uit de rest van Amsterdam geconcentreerd werden.

Op bevel van de Duitse bezetter bepaalde de gemeente Amsterdam daarom dat drie van die zes scholen alleen maar toegankelijk mochten zijn voor die joodse kinderen.

Op 17 september 1941 werden de Christiaan de Wetschool en de President Brandschool, naast elkaar gevestigd in het dubbele schoolgebouw aan de President Brandstraat voortaan de Joodsche scholen 7 en 8. En de linker school in het dubbele schoolgebouw aan de Kraaipanstraat 58, voorheen de Louis Bothaschool, werd Joodsche school 9.

Joodsche school 7 kreeg Jerohm Hartog [1892-1945] aan het hoofd, hij kwam van de Louis Bothaschool. In de Kraaipanstraat werd Eli van Tijn [1902-1945] hoofdmeester op Joodsche school 9, hij was er eerder al onderwijzer geweest. Op de Joodsche school 8 kreeg Meijer van Kreveld [1891 – 1952]  de leiding, hij kwam van de Vrolikschool in de Oosterparkbuurt.

Net als in de , bleven de joodse leerlingen gewoon op hun school en in hun klas. Dat waren er bij elkaar ruim 600, dat aantal werd aangevuld tot bijna 1000. Al die extra kinderen waren afkomstig van de andere scholen in de buurt en van de scholen in de Watergraafsmeer, aan de andere kant van de Ringvaart.

De gemeente organiseerde op dinsdag 16 september de scholenwissel waarbij de 400 niet-joodse kinderen terecht konden op de twee niet-joodse scholen achter de poort in de Laing’s Nekstraat: de Krugerschool en de Oranje Vrijstaatschool. Die school verhuisde van de Smitstraat-zijde naar de Laing’s Nekzijde binnen het huizenblok, naar het gebouw van de President Steynschool, die werd opgeheven.

Aan de andere kant van het huizenblok, in de Smitstraat kwam er in dat vierdubbele schoolgebouw zo ruimte voor een dependance van de nieuwe Joodsche Montessorischool en voor de Joodsche school voor Voortgezet Gewoon Lager Onderwijs, daar moest dan wel de VGLOschool II voor verhuizen naar de Willem Beukelszstraat in de Watergraafsmeer.

Poort smitstraat
Montessori Smitstraat met juffrouw Hoek groot
Krugerschool Laing's Nekstraat
Willem de Zwijgerschool

luchtfoto scholenblok volgt binnenkort

Naast de zes openbare lagere scholen was er in die buurt ook een hervormde school, de Willem de Zwijgerschool. De lager school stond aan de Tugelaweg 85 en de kleuterafdeling aan de President Brandstraat, tegenover de twee openbare scholen. Het was een flinke school met in juli 1941 bijna 500 leerlingen waarvan zo’n 20 joods, die dus vanaf september allemaal vertrokken naar een Joodsche school.

Ook was er in de Transvaalbuurt een joodse school voor buitengewoon onderwijs, de Talmud Tora. Die zat naast de openbare Louis Bothaschool in het dubbele schoolgebouw in de Kraaipanstraat 60.

En in die straat op nr. 56 zat ook nog de Jan Ligthartschool voor . Ook die school had een sabbatregeling, want ongeveer 60 van de 100 leerlingen was joods.

Kraaipanschool
Leerlingen van de Christiaan de Wetschool 1941

Ook in deze wijk paste het Onderwijsbureau van de Joodsche Raad het scholenaanbod direct aan, nadat de gemeente het had overgedragen, half november 1942.

De Joodsche scholen 7 en 8 in de President Brandstraat werden samengevoegd. Het aantal leerlingen op die twee scholen was al met de helft gedaald naar nog geen 300 kinderen en in de onderwijsteams waren nogal wat gaten gevallen.

De helft van het dubbele schoolgebouw werd gesloten en teruggegeven aan de gemeente. Meijer van Kreveld, hoofd van Joodsche school 8, was al ondergedoken en Jerohm Hartog leidde het nieuwe onderwijsteam. De juffen Heintje Duizend [1882-1942] en Sara Liboerkin  [1909-1942] en meester Rabbie [1918-1993] waren ondertussen ook al verdwenen.

Aan de overkant van de Krugerstraat, in de Kraaipanstraat bleef de Joodse school 9 ook na deze reorganisatie open met 145 leerlingen en vier leerkrachten.

Toen de Transvaalbuurt in de eerste maanden van 1943 weer volliep met nieuwe bewoners die zich van elders in deze concentratiebuurt moesten vestigen, steeg het aantal weer naar meer dan 200 leerlingen.

Maar in juni 1943 was het afgelopen. Tijdens een aantal elkaar opeenvolgende razzia’s verdwenen de meeste joodse bewoners. Er bleven amper 100 openbare leerlingen over.

Op woensdag 23 juni ging er een briefje uit aan alle leerkrachten met de opdracht ‘Uw werkzaamheden zo spoedig mogelijk, liefst Donderdagmorgen 24 juni om negen uur, te hervatten en de kinderen gedurende de schooluren zoveel mogelijk onderwijs te geven, of op andere wijze bezig te houden.’ De brief werd afgesloten met het verzoek om per kerende post in kaart te brengen welke leerkrachten en leerlingen nog wél aanwezig waren. Deze snelle inventarisatie leerde dat van de ongeveer 100 joodse lagere school leerkrachten die begin mei nog voor de klas stonden, er zo’n 20 aanwezig waren.

[lees over de laatste razzia’s De Jong – deel 7/1, p 296]

In de Watergraafsmeer aan de overzijde van de Ringvaart, waren er nog zo’n 80 joodse leerplichtige kinderen, verspreid over de zeven scholen in die wijk. Ruim 30 zaten op de 5de Montessorischool in de Herschelstraat en nog zo’n 25 op de scholen in Betondorp, de Pieter Nieuwlandschool en de Watergraafsmeerschool.

Vanaf 18 september 1943 moesten ze allemaal naar een joodse school in de Transvaalbuurt en dat betekende dat ze een fors eind moesten lopen. Ze liepen voortaan elke dag 3 kilometer heen en 3 kilometer terug, door weer en wind, langs de lange Middenweg.

De namen van de leerlingen uit de 5de klas van de Watergraafsmeerschool zijn bekend. Meester Laurens Janszengaf ze les. Toen de gemeente vlak voor de zomervakantie van 1941 begon met het verzamelen van aantallen en namen van alle joodse Amsterdamse leerlingen, moest ook hij die namen opgeven. Hij weigerde en dreigde dat als zijn leerlingen weg moesten, hij ook zou vertrekken. Dat laatste gebeurde dan ook, want vanwege die weigering werd hij door de wethouder geschorst. Het schoolhoofd zelf had geen problemen met het verzoek van de gemeente en gaf de namen wél door. De joodse leerlingen van de Watergraafsmeerschool mochtenniet meer naar hun oude school en dus ook Liesje, Rudy, Ies en Joost liepen elke dag langs die lange Middenweg, de Oeterwalerbrug over, naar de Transvaalbuurt en ‘smiddags dat hele eind weer terug. Meester Janszen werd voor straf op de Christiaan de Wetschool geplaatst, totdat de niet-joodse leerlingen daar weg moesten en hij als niet-jood dus ook. Eind september 1941 belandde hij op de Abraham van Riebeeckschool, een school met echt alleen maar kaaskopjes. Meteen na 5 mei 1945 mocht hij terugkeren op zijn Watergraafsmeerschool, maar de vier joodse leerlingen uit zijn klas in 1941, die zijn niet teruggekeerd.