Joodse school Deventer
Assenstraat en daarna Pontsteeg
Ook het gemeentebestuur van Deventer kreeg net als alle andere Nederlandse gemeenten, halverwege augustus 1941 het bericht dat, in opdracht van de de joodse schoolkinderen naar aparte joodse scholen moesten.
In die tijd woonden er in Deventer zo’n 600 joden, mannen, vrouwen en kinderen, daarvan waren er zo’n 70 leerlingen, zo bleek toen de burgemeester bij de scholen hun gegevens verzamelde; 20 zaten in het vervolgonderwijs en 45 op de lagere scholen; dat waren er nauwelijks genoeg om afzonderlijk onderwijs te organiseren.
Maar Deventer was een centrumgemeente en in de omliggende plaatsen waren er ook joodse leerlingen, die net als hun Deventer leeftijdgenoten, vanaf 1 september niet meer welkom waren op de scholen waar ze voor de zomervakantie op zaten.
Dus besloot de burgemeester een regionale joodse lagere school te stichten, waar dan naast de 45 Deventer joodse lagere school leerlingen ook die uit Olst (3x), Holten (4x), Raalte (5x), Delden (1) en Twello (1) toegelaten konden worden. Dat vergde natuurlijk nogal wat overleg, met die omliggende gemeenten en met de Secretaris-generaal van het van Opvoeding in den Haag, die namens de bezetter de regie over dat nieuwe joodse onderwijs had. Maar al op 18 september 1941 kon Frederik Wttewaall van Deventer besluiten : ‘het aantal scholen in de gemeente met één te vermeerderen door de stichting van een afzonderlijke school voor gewoon lager onderwijs voor de leerlingen van bloede en deze school onder te brengen in het gemeentelijke gebouw, genaamd ‘voormalige school J’ in de Assenstraat.’
En op 8 oktober benoemde hij Salomon M. Noach [1892-1979] als Hoofd der School; hij was onderwijzer aan de Noorderschool in Deventer, maar werd daar vanwege zijn joodsheid in maart 1941 ontslagen.
De nieuwe school ging uit twee gecombineerde klassen bestaan en het was in die tijd gebruikelijk voor de jongere kinderen een juf in te zetten. Dus werd als tweede leerkracht Sophia Bos [1900-1943] benoemd; zij had in de naburige gemeente Diepenveen voor de klas gestaan, maar ook zij moest vertrekken vanwege haar joodsheid.
En zo ging op woensdag 8 oktober de Deventer joodse lagere school in de Assenstraat van start, met 59 kinderen, waarvan er 14 van buiten de gemeente kwamen.
Naast die lagere school kinderen waren er natuurlijk ook joodse leerlingen die in het vervolgonderwijs zaten, veelal op een -school, maar ook hier waren de aantallen zo klein dat de stichting van een afzonderlijke school niet logisch was. Totdat de Secretaris-generaal van het opvoedingsdepartement op 15 november 1941 Deventer aanwees als vestigingsplaats voor een ‘Centrale ULO-school’ voor de joodse leerlingen uit Apeldoorn (7), Zutphen (9), Lochem (4) en Deventer (14).
Toen ging de burgemeester aan de slag en besloot op 24 november opnieuw : ‘het aantal scholen in de gemeente met één te vermeerderen door de stichting van een afzonderlijke school dit keer voor uitgebreid lager onderwijs voor de leerlingen van Joodschen bloede. ‘
Ook hier moest de burgemeester weer in overleg met de deelnemende gemeenten voor een gemeenschappelijke regeling; hij stelde ze voor bij te dragen in de kosten en berekende dat op 6 gulden per leerling per kwartaal, waarbij hij aangaf dat de kosten van de leerkrachten, de wedde dus, niet werden meegeteld; alle leerkrachten stonden immers op wachtgeld vanwege hun vorige onderwijsbaan, waaruit ze vanwege hun joodsheid in maart 1941ontslagen waren.
De aangeschreven gemeenten wezen burgmeester Wttewaal er echter fijntjes op dat het voornemen was, zoals de Secretaris-generaal eerder al had geschreven, dat de kosten voor het joodse onderwijs ten laste van de Raad zouden komen; de gemeente Deventer zou het voorlopig dus alleen maar hoeven voor te schieten.
Meteen na het besluit van 24 november ging de dienst gemeentewerken aan het werk om zo spoedig als mogelijk was, enige lokalen in de voormalige aan de Pontsteeg in orde te brengen. Niet alleen voor de inhuizing van joodse ULO-school, maar ook voor de tweeklassige joodse lagere school, die bij dat besluit van de burgemeester van de Assenstraat verhuisde naar het HBS-gebouw.
Dat samen in een gebouw was logisch en praktisch, al was het maar omdat Samuel Noach, naast de lagere school ook de ULO-afdeling onder zijn gezag kreeg. Hij ging er ook les geven, dan was het wel handig als hij niet heen-en-weer hoefde te fietsen.
Maar de tweede reden lag er in dat in het gymnastieklokaal van de school in de Assenstraat ook andere schoolklassen gym-les kregen en dat stuitte op bezwaren van de bezetter. Die had namelijk verordonneerd dat joodse en niet-joodse leerlingen niet les mochten krijgen in een en hetzelfde gebouw.
Dat probleem werd met deze verhuizing meteen opgelost, alhoewel het nog even duurde; pas na de wintervakantie, op maandag 19 januari 1942 gingen zowel de joodse lagere school als de joodse ULO in het voormalige HBS aan de Pontsteeg, van start
Het leerkrachtenteam was per die datum uitgebreid. Omdat Samuel vanaf die datum ook hoofd van de ULO was en daar ook les gaf, zoals Nederlands en Wiskunde was er op de lagere school een leerkracht toegevoegd, Rozet Gosschalk [1895-1992]; e.v. Benjamin Pinto. Rozet gaf ook gymnastiek, ook aan de ULO-meisjes.
Terwijl voor de nieuwe ULO een viertal leerkrachten waren aangesteld: Sophie van Spiegel [1890-1943] (Frans, Duits en Engels), zij kwam uit Amersfoort; Carel Ernest van der Zijl [1885-1943] als vakleerkracht Kennis der Natuur, hij was pas terug uit de tropen en gaf eerst les op de Tropische Landbouwschool, die toen in Deventer gevestigd was; Hermine de Vries [1911] e.v. Juriaan Jongert, haar taak was de lessen Plantkunde én J.R. Lezer uit Apeldoorn (waar ik verder niets van kan vinden).
In januari zaten er een kleine 60 leerlingen op de lagere school, en op de ULO zo’n 40. Dat aantal liep gedurende de volgende maanden sterk terug, vooral de ULO-leerlingen van buiten de stad haakten al snel af toen de bezetter de reisbeperkingen voor Joden aanscherpte.
Het tweede schooljaar begon met 54 leerlingen op de lagere school en slechts 14 op de Joodse ULO.
De twee Deventer Joodse scholen waren toen al overgenomen door de Joodsche Raad, zoals de bezetter had besloten en de Secretaris-generaal al in najaar 1941 had aangekondigd. Het moest tot november 1942 duren voor dat die overdracht een feit was. En anders dan de buurgemeenten hadden gesuggereerd bij de start van de Joodse ULO, kon de gemeente Deventer fluiten naar een verrekening van de voorgeschoten kosten, dat ging om zo’n 9 duizend gulden voor het eerste schooljaar, waarvan bijna de helft voor de Joodse ULO.
Begin april, de meeste Deventer joodse gezinnen zijn inmiddels al opgepakt en op transport gesteld, schrijft de chef van het onderwijsbureau van de Joodsche Raad aan de burgemeester van Deventer : ‘Ten gevolge van de beschikking van 29 Maart 1943 van den Commissaris-Generaal voor de Openbare Veiligheid betreffende het verblijf van Joden in enige provincies zijn wij genoodzaakt de Joodse scholen gevestigd Pontsteeg een dezer dagen te sluiten.
Wij zijn derhalve tot ons leedwezen genoodzaakt de bestaande huurovereenkomst op te zeggen.’
bronnen
Coll. Overijssel – gemeente Deventer 1382/1423
en dank aan Lex Rutgers, werkgroep struikelstenen Deventer en Hetty Hillesum Centrum
Via de onderstaande links kan je meer en verder lezen over de geschiedenis van de Verdwenen Joodse Scholen, als een van de aspecten van het leed dat de joodse Nederlanders werd aangedaan.
En dan nog dit
Het is mijn bedoeling dat in 2026 op alle plekken waar in 1941-1943 een joodse school gevestigd was (lager onderwijs; ulo; lyceum) een klein herinneringsbordje komt met een QR-code die leidt naar de website-pagina die over die plaats en school (scholen) gaat.
Het is niet makkelijk voor mij, om vanuit Amsterdam waar ik woon, dat voor elkaar te krijgen.
Daarom vraag ik medewerking van iedereen die zich betrokken voelt bij een stad in de Mediene en/of de geschiedenis van een van de Verdwenen Joodse Scholen.
Voel je je aangesproken ? Neem dan alsjeblieft contact met mij op via aart@verdwenen-joodse-scholen.nl
Dat geldt ook als je specifiek iets willen weten of als je informatie hebt over een van de joodse scholen in Nederland – in de periode 1941-1943.