Naar de kaart

Joodse School Breda

Clingelstraat

de voormalige arbeidsbeurs Clingelstraat 2 waar in 1942 de joodse kinderen in Breda naar school gingen, zo’n beetje om de hoek van de Synagoge in de Schoolstraat.

Op 25 augustus 194 kreeg van Slobbe, van Breda van de  de opdracht dat de joodse kinderen per 1 september 1941 van de scholen verwijderd moesten zijn. Waarop de Gemeentelijke Afdeling Onderwijs zich haastte alle scholen over deze maatregel te informeren. Met als resultaat dat binnen een paar dagen eenenveertig joodse leerlingen uit de Bredase scholen werden geweerd.

Blijkbaar is niet door alle gemeenten zo “snel en correct” gehandeld als door Breda. Want Secretaris-generaal van het Opvoedingsdepartement in den Haag, schreef nog in november 1941 dat de maatregel blijkbaar tot misverstanden had geleid: in het land waren er tal van scholen die nog door joodse kinderen werden bezocht. Waarop hij liet weten dat de bezetter had bepaald dat ‘de verantwoordelijkheid voor het niet verwijderen van Joodse leerlingen van de scholen, die zij op grond van de hiervoor bedoelde opdracht niet meer mogen bezoeken, bij de ouders en verzorgers dier kinderen wordt gelegd.’
Met andere woorden : als je als ouder je niet aan deze opdracht hield was je strafbaar en ondertussen wist joods-Nederland heel goed wat dat kon betekenen.

Maar in Breda schiep dit dreigement een probleem; de gemeente had 24 lagere school kinderen van bloede geteld, dat waren er duidelijk te weinig om een apart joodse school te beginnen, zoals de bedoeling van de bezetter was.
De kinderen waren dan wel geweerd op hun oude school, maar konden nergens anders terecht; ze zaten dus thuis zich te vervelen en ondertussen was het al eind oktober 1941. Terwijl de bezetter in diens maatregel van eind augustus juist had geschreven dat de joodse kinderen niet langer dan vier weken ‘unbeschult’ mochten blijven. Maar de gemeentelijke afdeling onderwijs wist geen oplossing voor deze kleine maar ingewikkelde kwestie : de kinderen mocht niet naar school maar ze mochten ook niet zonder onderwijs zitten.

Waarschijnlijk was dat het moment waarop de voorzitter Henry Samuel [1893-xx] van de pas opgerichte Joodsche Raad Breda, samen met zijn Tilburgse collega Henri Gersons [1890-1945] aan de burgemeesters van Breda en Tilburg een plan voorlegde voor een joodse lagere school op twee locaties. Dan zouden er genoeg leerlingen zijn om te voldoen aan de stichtingsnorm, die het Departement juist had verlaagd naar ‘tenminste ongeveer 40 leerlingen.’
Beide burgemeesters omarmden het plan direct, waarop de burgemeester van Breda de Secretaris-generaal van het Departement van Opvoeding in den Haag informeerde en om toestemming vroeg; het was inmiddels eind november.

Nog geen twee weken later kwam de goedkeuring van de Secretaris-generaal, hij schreef zelfs : ‘de oplossing, door u aan de hand gedaan, juich ik toe’. Maar de kosten van de school moesten uiteindelijk worden gedragen door de voor Amsterdam voegde hij er aan toe.

Dus konden direct na de wintervakantie de twee schooltjes van start, met in Breda 24 en Tilburg 28 kinderen in alle lagere schoolleeftijden. De gemeente had ruimte gevonden in het gebouw van de voormalige arbeidsbeurs, aan de Clingelstraat.
Maar, alhoewel de gemeente betrokken bleef, al was het maar voor de betaling van de kosten, het was de Bredase Joodsche Raad die het Bredase schooltje onder haar hoede nam. Die commissie had ook een leerkracht gevonden, die al op 10 december 1941 benoemd werd door beide Joodsche Raden, allebei voor de helft van aanstelling en wedde. Dat was Levie Drukker [1901-1943] die voorheen onderwijzer was in Steenwijk. Hij pendelde dus vijf dagen per week tussen Tilburg en Breda, om afwisselend ‘smorgens of ‘smiddags les te geven aan alle (resp.) 24 en 28  kinderen; vanaf de eerste klassers tot en met die al 13 jaar waren. Maar als snel werd het hem te zwaar, die twee groepen kinderen met nogal uiteenlopende leerniveaus.
Na veel gesoebat en overleg werd door de twee burgemeesters tegen de zomer een tweede leerkracht mogelijk gemaakt : Louis de Leeuw [1915-1943] die pas vanuit Rotterdam naar Arnhem was verhuisd. Hij werd dus ook benoemd voor vijf halve dagen in beide steden.
Louis werd in Breda Hoofd der School terwijl Levie dat Tilburg bleef, zodat ze beiden voor de helft een Hoofden-wedde kregen.
Meteen na de zomer deed Levie in het vervolg de lagere klassen terwijl Louis de kinderen vanaf klas 4 les gaf.
Ook werd er toen in beide schooltjes een vrijwilligster benoemd die de dagdelen dat de leerkracht elders actief was, voor het toezicht op de leerlingen zorgde.

Lang heeft deze school niet mogen bestaan. In november 1942 – de waren toen al in volle gang, was die alweer gesloten. Van de oorspronkelijk 24 kinderen bij de start van de school, waren er toen nog zeven over.
Het was de moeder van twee van die kinderen, Izaäk en Liesje, Margaretha Vleeschhouwer (e.v. de Haas) [1907-1943] – die in haar huis aan de Speelhuislaan nr 42 het lesgeven overnam, want zowel Levie als Louis waren toen al in de onderduik verdwenen.
Dit duurde nog tot half februari 1943 toen ook Margaretha verdween. Waarop de burgemeester later aan het Departement van Financiën berichtte ‘dat in deze gemeente op 1 maart 1943 geen enkel kind meer op een onderwijsinrichting voor joden stond ingeschreven’.

Naast de 24 joodse lagere schoolkinderen waren er ook vier geteld die middelbaar onderwijs volgden. De enige oplossing voor deze grote kinderen was het nieuwe Joodsch Lyceum in den Bosch, waarvan de aan het Bredase gymnasium ontslagen drs. Benjamin Gokkes [1905-1943] rector was.

Niet veel later, eind maart 1943 kondigde de bezetter af dat met ingang van10 april 1943 er een algemeen verblijfsverbod gold voor alle Joden in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. De laatsten die er toen in Breda nog waren, reisden die 10e april allemaal naar Kamp Vught.
Van de kleine 200 joden die er in 1940 in Breda woonden, kwamen zo’n 120 niet terug, waaronder 12 van de leerlingen.

 

bron
SAB, gemeentebestuur 1926-1944, doos 231 en 323
en met dank aan Corrie Lossez, C.J.M. Brok en J.M.F. IJsseling – Jaarboek De Oranjeboom 47 (1994) p 40 – 42

Via de onderstaande links kan je meer en verder lezen over de geschiedenis van de Verdwenen Joodse Scholen, als een van de aspecten van het leed dat de joodse Nederlanders werd aangedaan.

En dan nog dit

Het is mijn bedoeling dat in 2025/26 op alle plekken waar in 1941-1943 een joodse school gevestigd was (lager onderwijs; ulo; lyceum) een klein herinneringsbordje komt met een QR-code die leidt naar de website-pagina die over die plaats en school (scholen) gaat.

Het is niet makkelijk voor mij, om vanuit Amsterdam waar ik woon, dat voor elkaar te krijgen.

Daarom vraag ik medewerking van iedereen die zich betrokken voelt bij een stad in de Mediene en/of de geschiedenis van een van de Verdwenen Joodse Scholen.

Voel je je aangesproken ? Neem dan alsjeblieft contact met mij op via aart@verdwenen-joodse-scholen.nl

Dat geldt ook als je specifiek iets willen weten of als je informatie hebt over een van de joodse scholen in Nederland – in de periode 1941-1943.