Naar de kaart

Joodse school Amersfoort

Laurens Costerplein 14

het verenigingsgebouw van de Hervormde Gemeente in Amersfoort, waar de Joodse school in 1941 onderdak vond (wie levert mij een beter plaatje ?)

Ook in Amersfoort kregen de ouders van joodse kinderen eind augustus 1941 een bericht van het stadhuis dat hun kinderen vanaf 1 september 1941 niet meer toegelaten konden worden op hun eigen school. Er kwam een aparte school alleen voor leerlingen van bloede, maar dat duurde wel even.

Niet veel eerder was de Amersfoortse Berend Noordewier hierover door de geïnformeerd. Nog geen half jaar eerder waren in opdracht van de bezetter de joodse ambtenaren ontslagen, nu waren dus de kinderen aan de beurt.
Alhoewel Noordewier bepaald niet Duitsgezind was, liet hij wel deze opdracht door zijn ambtenaren uitvoeren. Die begonnen met het inventariseren waar en wie en er op de Amersfoortse scholen zaten.
Al snel bleek dat het in totaal om 78 joodse kinderen ging, de meeste waren in het lager onderwijs. Voor deze leerlingen moest er dus een aparte school komen.
En daar ontstonden dus de moeilijkheden : het aantal kinderen was te klein om een nieuwe school te stichten en onderbrenging bij een andere school was, op z’n zachtst gezegd problematisch.
De Amersfoortse Schoolvereenging, de enige school die in haar gebouw twee lokalen leeg had staan, weigerde subiet. En bovendien was het door de bezetter verboden dat de joodse kinderen in hetzelfde gebouw als niet-joodse kinderen naar school zouden gaan.
Daarnaast vroeg de burgemeester zich af, wie er voor de kosten op zou draaien; dat kon natuurlijk niet de gemeente zijn. Daarover nam hij half september contact op met het van Opvoeding in den Haag, die de regie over het stichten van de nieuwe joodse scholen had. Maar het antwoord liet op zich wachten.
De derde kwestie waar de gemeente mee werd geconfronteerd was de benoeming van joods onderwijspersoneel, want uiteraard mochten die joodse kinderen alleen les krijgen van joodse leerkrachten en omdat die nogal schaars waren moesten de benoemingen in overleg gaan met de Coördinatie voor het Joodse Onderwijs in Amsterdam. Ook dat ging bepaald niet vlot.

Ondertussen zaten de kinderen nog steeds thuis, ze mochten niet meer naar hun eigen school en de gemeente talmde. Maar toen bemoeide het Kerkbestuur zich er mee, de meeste ouders hoorden immers bij de Synagoge. Onder leiding van voorzitter Henri van Raalte werd een kleine commissie ingesteld ‘ter behartiging van de belangen van de joodse leerlingen’.
En al snel werden er twee lokalen gehuurd in het wijkgebouw van de Hervormde kerk aan het Laurens Costerplein 14, voor de prijs van 45 gulden per maand. Ook stelde de commissie twee leerkrachten aan: Felix van Spiegel [1903-1943] uit Meppel als schoolhoofd en Kaatje Cohen [1908-1944] als juf voor de kleintjes.

En zo begon op maandag 3 november 1941 het lager onderwijs voor joodse kinderen in Amersfoort, zoals mejuffrouw Henny de Vries [1913-1943] de burgmeester liet weten; ze was de contactpersoon voor de gemeente. De ambtenaren waren er verbolgen over, het organiseren van dat nieuwe joodse onderwijs zagen ze als een taak van de gemeentelijke overheid, maar die bleef in gebreke.

Niet veel later kwam er dan toch het bericht van de Secretaris-generaal van het Opvoedingsdepartement dat Amersfoort daadwerkelijk was aangewezen als vestigingsplaats voor een (regionale) joodse school en dat de onderwijskosten konden worden gedeclareerd. De gemeente haastte zich toen het schooltje naar zich toe te trekken door de huur van de lokalen over te nemen en zowel Felix als Kaatje per 1 december te benoemen als tijdelijke leerkrachten in gemeentedienst en het schooltje te voorzien van schoolbanken en onderwijsmateriaal.
Het schooltje telde toen 43 leerlingen, allemaal uit Amersfoort, daar kwamen nog wat kinderen bij uit Soest en andere omliggende plaatsen.

Maar de gemeentelijke bemoeienis beperkte zich verder, gedurende dat eerste schooljaar uitsluitend tot betaling van de wedde voor de twee leerkrachten én de maandelijkse huurpenningen.

juf Kaatje (Kitty) Cohen met haar leerlingen in 1942 (voor dat de ster verplicht werd)

Naast die ruim veertig lagere schoolkinderen, waren er ook 27 joodse kinderen geteld in het vervolgonderwijs; 12 op de gemeentelijke ; 7 op de Handelsschool; 5 op de Rijks en 2 in het lagere .
Maar omdat deze aantallen veel te klein waren om enige vorm van onderwijs van gemeentewege te organiseren, werden de ouders aangeraden hun kinderen naar Hilversum te sturen, daar was een Joods Lyceum gesticht waar de leerlingen van de Handelsschool en de HBS makkelijk terecht konden.

Waar die twee nijverheidsleerlingen zijn gebleven is (tot nu toe) onduidelijk, terwijl voor de 12 Ulo-kinderen in Amersfoort een particuliere cursus werd gestart.
Zoals in veel kleinere plaatsen waar joodse leerlingen waren, is het niet goed terug te vinden waar deze grotere kinderen in die jaren school gingen.

Net zo onhandig als de gemeentelijke bemoeienis met de joodse lagere school was begonnen, eindigde die, maar ook dat was het stadsbestuur niet te verwijten.

Na de zomervakantie van 1942 werd duidelijk dat de Raad in Amsterdam, die ondertussen landelijke taken had, het joodse onderwijs van de Nederlandse gemeenten zou moeten overnemen.
Het bericht hierover kwam pas half november, terwijl de scholen gewoon eind augustus al weer waren begonnen.
De gemeente Amersfoort haastte zich meester Felix en juf Kaatje te ontslaan, per terugwerkende kracht vanaf 1 september. Ook werd de huur van de lokalen in dat wijkgebouw ontbonden.
Waarop de Joodsche Raad zowel de leerkrachten als de huur overnam, maar dat gebeurde pas 8 december, de datum die de bezetter had bepaald voor de overgang naar de Joodsche Raad. Logisch dus dat er veel onduidelijkheden waren, die uitmonden in geschillen over de kosten en wie wat moest vergoeden; dat duurde zelfs voort tot ver na dat de bezetter weer het veld had geruimd.

Maar ondanks alles bleven zowel meester Felix van Spiegel als juf Kaatje Cohen actief als leerkracht. Terwijl het leerlingenaantal gestaag zakte tot onder de twintig bleef het schooltje bestaan tot 1 april 1943; toen werd het gesloten ’wegens gebrek aan leerlingen’.
Ondertussen was schoolhoofd Felix van Spiegel al naar Duitsland afgevoerd.

Het merendeel van de Amersfoortse joods gemeenschap, zo’n 800 – inclusief uit Duitsland gevluchte joden, werd in augustus 1942 gedwongen naar Amsterdam te verhuizen of niet veel later regelrecht naar Westerbork. Maar het duurde toch nog tot 23 april 1943 voordat de bezetter kon vaststellen dat ook Amersfoort ‘judenrein’ was.

bron :
Archief Amersfoort 002.01/5827 en 5828

en met dank aan
Femke Mooijkind
‘Het joodse kind op de joodse school’
– Master-scriptie UvA 2011
en
Hans Werkman die in 2026 een boek hoopt te publiceren over onderwijzeres Kaatje Cohen:
‘Kitty en de kinderen’

En dan nog dit

Het is mijn bedoeling dat in 2025 op alle plekken waar in 1941-1943 een joodse school gevestigd was (lager onderwijs; ulo; lyceum) een klein herinneringstegeltje komt met een QR-code die leidt naar de website-pagina die over die plaats en school (scholen) gaat.
Het is niet makkelijk voor mij, om vanuit Amsterdam waar ik woon, dat voor elkaar te krijgen.
Daarom vraag ik medewerking van iedereen die zich betrokken voelt bij een stad in de Mediene en/of de geschiedenis van een van de Verdwenen Joodse Scholen.

Voel je je aangesproken ? Neem dan alsjeblieft contact met mij op via aart@verdwenen-joodse-scholen.nl

Dat geldt ook als je specifiek iets willen weten of als je informatie hebt over een van de joodse scholen in Nederland – in de periode 1941-1943.